Genade

Sex beleef je eigenlijk tussen je oren. Zo werk het nu eenmaal. De waarheid is hard en ontluisterend: wat we voor de geest halen is door de werkelijkheid niet te evenaren. Keer op keer wint de verbeelding het van de werkelijkheid. Ellert Haitjema werkt sinds 1982 aan een oeuvre dat onrust zaait tussen de oren van de toeschouwer en broederlijke verbindingen tussen het onverbroederlijke zoekt. Wat bezielde de ongelukkige man om te willen strijden tegen de windmolens? De waanzin leidde hem, wisten oppervlakkige toeschouwers te melden. Niets is gemakkelijker dan ongrijpbare zaken onvoldoende uit te leggen en ze klein en onbelangrijk te duiden. Ergens was er een openbaringsbron voor Don Quichotte, wat zijn ongecensureerde mening en grillige gedrag laat verklaren. Hij had iets gezien wat hem mateloos boeide en die openbaring veroorzaakte een storm. Wat hij zag was een meervoudig ‘ik’ van de windmolen. De aanschouwing van de windmolen dreef zijn verbeelding op de spits. Het beeld van de molen overwon de grens tussen echt en onecht en was verder het ‘ware’ leven genadig. In het werk van Haitjema meen ik metaforisch gesproken een overeenkomstige helderziendheid in kijken terug te vinden. Hij is er op uit het meervoudige ‘ik’ van de dingen te garanderen en het Shellyeriaanse tot leven te wekken. De nauwkeurigheid waarmee hij zijn beelden samenstelt staat in het teken van deze gedachte. Door minimale ingrepen heeft de kijker de werkelijkheid zo volledig mogelijk bij de hand. Omdat het bekende zich nadrukkelijk aan het oog manifesteert, benader je als toeschouwer met een zelfde nadruk de ‘tweede’ betekenis van de dingen. Om dit te kunnen oproepen bedient Haitjema zich van scherpe tonale contrasten tussen de voorwerpen en kan daardoor voor de interpretatie belangrijke gelijkwaardige staat van betekenis vasthouden. Je moét als kijker je gewoonweg bewust worden van het feit dat alles voor de blik even belangrijk is. De uitgebalanceerde vormenrijkdom in het werk van Haitjema zinspeelt op de parallelle betekenis van alle denkbare gebruiksvormen die de werkelijkheid domineren: ‘Dingen zijn niet zoals je ze ziet’ Het grip krijgen op ‘de staat van genade’, laat ik Haitjema met deze zin tussen aanhalingstekens antwoorden, is de belangrijkste eigenschap van zijn beeldend werk. Hij zegent als het ware het echte radicale bestaan van voorwerpen en meteen daarbij de tweede en derde fantastische onderlaag. Deze ontgrendeling van het publieke waarnemen van de dingen gebeurt niet door een dag dromer of fantast, maar door iemand die vorm en kleur herordent vanuit scherp kijken in plaats van vaag beschouwen. Don Quichotte nam eveneens scherp waar: De Catalaanse zon schonk zijn ogen doelbewust kijken. Haitjema is zich, laat ik het zo zeggen, onbewust bewust van Quichottes eigenaardige zien William Blakes zeer uitdagende visioen ‘ te zoeken naar het beeld dat deze vier verbindt: de leeuw en de maagd, de hoer en het kind’. Haitjema bouwt dit gegeven eigenzinnig en authentiek uit. Hij bezit bovenal de instelling verantwoordelijk te willen zijn voor zijn kijken. Edwin Jacobs